Welkom

ver·bin·den-bond, h -bonden

  1. samenbinden; (innig) verenigen: er zijn voordelen aan verbonden, gaan ermee gepaard
  2. een verband (2) voorzien: een wond ~
  3. telefonisch aansluiten: verkeerd verbonden zijn, een verkeerd nummer gekozen hebben 
  4. verplichten: ~de bepalingen
  5. (chem) samen overgaan in een nieuwe stof: waterstof en zuurstof ~ zich tot water

pro·fes·si·o·neel bn, bw

  1. van beroep
  2. aan het beroep eigen
  3. (als) een vakman: een -nele aanpak

(met dank aan Van Dale)

pro.fes.si.o.neel ver.bin.der
m/v die een of meerdere van onderstaande activiteiten uitvoert :

  1. brengt mensen bij en naar elkaar
  2. verenigt en zoekt verbanden
  3. geeft informatie
  4. maakt contact
  5. geeft inzicht
  6. sluit aan wat ontkoppeld is
  7. legt nieuwe links
  8. bevordert herstel
  9. combineert verschillende aanpakken